Besluit van 29 mei 1995, nr. DB95/119M

Belastingheffing tijdelijk in Nederland werkzame buitenlandse werknemers

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten:
 

1. Inleiding

In het Besluit van 4 juni 1992, nr. DB92/922, is goedgekeurd dat aan buitenlandse werknemers, die tijdelijk hier te lande werkzaam zijn, onder bepaalde voorwaarden een belastingvrije vergoeding kan worden verstrekt voor de extra uitgaven waarvoor de buitenlandse werknemers zich in verband met hun tewerkstelling door de binnenlandse werkgever geplaatst zien.

Vervolgens is in het Besluit van 28 augustus 1992, nr. DB92/4418, goedgekeurd dat de buitenlandse werknemer, op gezamenlijk verzoek van de binnenlandse werkgever en de buitenlandse werknemer, voor de heffing van loonbelasting, inkomstenbelasting en vermogensbelasting, als fictief buitenlandse belastingplichtige wordt beschouwd.

Aan genoemde fiscale regeling is het voornemen gekoppeld de regeling te zijner tijd in de wet op te nemen. Vooruitlopend op de wettelijke verankering die, naar ik verwacht, in het najaar aanhangig zal worden gemaakt heb ik, in afwachting van de wettelijke verankering, de regeling thans reeds op enkele door mij wenselijk geachte punten verruimd en verduidelijkt. De regeling luidt thans als volgt:

2.0. Definities

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

3.0. De regeling

3.1. Vrijgestelde vergoeding

In verband met zijn tewerkstelling door de binnenlandse werkgever ziet de buitenlandse werknemer zich geplaatst voor extra uitgaven. Teneinde de tewerstelling door een binnenlandse werkgever van buitenlandse deskundigen te bevorderen kan op verzoek aan de buitenlandse werknemer een afzonderlijk toe te kennen, bij het loon uit te betalen belastingvrije vergoeding worden verstrekt. Die vergoeding kan op de navolgende wijze worden verstrekt.

De vergoeding ter grootte van maximaal vijfendertig procent, berekend over de in 3.5. aangegeven berekeningsgrondslag, kan, rekening houdende met het bepaalde onder 4, gedurende honderdentwintig maanden, met inachtneming van de tussentijdse toetsing als bedoeld in 3.3, gerekend vanaf de aanvang van zijn tewerkstelling door de binnenlandse werkgever, worden aangemerkt als een niet tot het loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 behorend voordeel (vrijgestelde vergoeding).

De beoordeling of de buitenlandse werknemer voor de toepassing van de regeling in aanmerking komt vindt plaats naar de toestand op het moment van de aanvang van de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever.

Wordt op een later tijdstip aan de voorwaarden van de regeling voldaan dan geldt de toestand op het latere tijdstip. De maximale duur van de regeling wordt in dat geval overeenkomstig 3.4. gekort. Het verzoek dient door of namens de buitenlandse werknemer en de binnenlandse werkgever gezamenlijk te worden gedaan.

3.2. Schoolgelden

Naast het bedrag van de vrijgestelde vergoeding van 3.1. kunnen schoolgelden voor (het) kind(eren) op internationale scholen voor basisen voortgezet onderwijs belastingvrij worden vergoed.

Onder schoolgeld wordt verstaan het bedrag dat de school, anders dan voor kost en inwoning etc., overeenkomstig haar tarieven voor het onderwijs in rekening brengt, alsmede het bedrag van de door de school in rekening gebrachte vervoerskosten.

3.3. Tussentijdse toetsing

Indien de binnenlandse werkgever voor het verstrijken van een periode van zestig maanden aannemelijk maakt dat het ten gevolge van het voortdurend gebrek aan specifieke deskundigheid op de arbeidsmarkt noodzakelijk is dat de tewerkstelling van de buitenlandse werknemer door de binnenlandse werkgever wordt verlengd, kan de regeling op gezamenlijk verzoek van de buitenlandse werknemer en de binnenlandse werkgever worden voortgezet tot het volledige beloop van de in 3.1 genoemde periode van honderdentwintig maanden. De tussentijdse toetsing kan reeds plaatsvinden n  het verstrijken van een periode van achtenveertig maanden, maar uiterlijk vóór het verstrijken van een periode van zestig maanden.

3.4. Korting

De periode genoemd in 3.1., wordt verminderd met de duur van eerdere perioden van tewerkstelling door de binnenlandse werkgevers dan wel de eerdere verblijfsperioden in Nederland. Hierbij wordt, indien de werkelijke datum van vertrek van de buitenlandse werknemer uit Nederland dan wel de datum van beëndiging van de tewerkstelling door een binnenlandse werkgever tien jaar of meer gelegen is vóór de aanvang van de tewerkstelling waarop het op de voet van 3.1. ingediende verzoek betrekking heeft, de eerdere perioden van tewerkstelling dan wel een eerdere verblijfsperiode buiten beschouwing gelaten.

3.5. Berekeningsgrondslag

De berekeningsgrondslag voor de maximaal vrijgestelde vergoeding is het met toepassing van de wettelijke regels te bepalen loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, dat wordt verkregen ter zake van de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever waarvoor de buitenlandse werknemer zonder dat hij ter zake recht heeft op een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting aan de belastingheffing in Nederland is onderworpen, verminderd met de overhevelingstoeslag.

Het resultaat wordt vermenigvuldigd met eenhonderd vijfenzestigste (100/65).
Voor alle duidelijkheid wijs ik er op dat de overhevelingstoeslag voor de berekening van de loonen inkomstenbelasting deel blijft uitmaken van het loon.

3.6. Vergoeding van kosten tot verwerving van het loon

Vergoedingen van kosten tot verwerving van het loon kunnen, met inachtneming van de wettelijke criteria, naast de 35%-regeling belastingvrij worden verstrekt.

3.7. Verandering van werkgever

Indien de buitenlandse werknemer, aan wie de in 3.1. of 3.3. genoemde regeling is verleend, van binnenlandse werkgever verandert, wordt de regeling in de nieuwe dienstbetrekking opnieuw verleend voor het nog niet verstreken gedeelte van de in 3.l. of 3.3. genoemde periode, mits in de nieuwe dienstbetrekking wordt voldaan aan de overige voorwaarden voor de verlening van de regeling. Het verzoek dient door de buitenlandse werknemer en de nieuwe binnenlandse werkgever gezamenlijk te worden gedaan.

4.0. De aanvraag

4.1. Het verzoek

Het verzoek om toekenning van de regeling op grond van dit Besluit dient te worden gedaan aan de Inspecteur Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland Heerlen. Het in 3.1., 3.3. en 3.7. genoemde verzoek dient door of namens de buitenlandse werknemer en de binnenlandse werkgever gezamenlijk te worden gedaan.

4.2. Aanvraagtermijn

Ingeval er sprake is van een inhoudingsplichtige die op grond van artikel 6, lid 2, van de Wet op de loonbelasting 1964 als zodanig moet worden aangewezen, dient het verzoek van 4.1. te worden gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling van de betrokken werknemer door de binnenlandse werkgever. De regeling gaat in dat geval in vanaf het moment van de aanvang van de dienstbetrekking. Bij overschrijding van de aanvraagtermijn gaat de regeling pas in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het verzoek tot inhoudingsplicht is gedaan. De zestig-maandenperiode wordt met de reeds verstreken perioden van tewerkstelling dan wel verblijfsperioden gekort.

5.0. De fictieve buitenlandse belastingplicht

5.1. Goedkeuring

Op gezamenlijk verzoek van de binnenlandse werkgever en de buitenlandse werknemer keur ik goed, dat de buitenlandse werknemer, die als binnenlandse belastingplichtige in aanmerking komt voor de regeling genoemd in 3.1., voor de heffing van loonbelasting, inkomstenbelasting en vermogensbelasting, als fictief buitenlandse belastingplichtige wordt beschouwd.

De fictieve buitenlandse belastingplicht eindigt op het moment dat de regeling genoemd in 3.1. niet langer van toepassing is.

5.2. Terugname van de fictieve buitenlandse belastingplicht

De buitenlandse werknemer die op grond van 5.1. als fictief buitenlandse belastingplichtige wordt beschouwd, wordt evenwel als binnenlandse belastingplichtige aangemerkt:

5.3. Basisaftrek

De fictief buitenlandse belastingplichtige die in een kalenderjaar tevens binnenlandse belastingplichtige is, heeft slechts recht op éénmaal de basisaftrek. Voor de toepassing van de basisaftrek wordt de buitenlandse werknemer overeenkomstig 5.2. gedurende beide belastingtijdvakken aangemerkt als binnenlandse belastingplichtige. Hij kan aldus in aanmerking komen voor de overdracht van de basisaftrek. Bij overdracht hoeven de basisaftrek en de overgedragen basisaftrek niet samen in dezelfde periode van binnenlandse of fictieve buitenlandse belastingplicht te vallen.

5.4. Vermogensbelasting

Voor de vermogensbelasting wordt voor de toepassing van artikel 5 van de Wet op de vermogensbelasting 1964 aangesloten bij de inkomenstoerekening voor de inkomstenbelasting over het voorafgaande kalenderjaar.

5.5. 90%-regeling

Ik verbind aan de in 5.1. genoemde goedkeuring de voorwaarde dat de belastingplichtige afstand doet van de mogelijkheid van een beroep op de 90%-regeling, neergelegd in het Besluit van 28 december 1989, nr. DB89/2184 (Boekwerk Inkomstenbelasting nr. 1.51.39; L.B.'64-591; Boekwerk premieheffing, nr. 50.00.02), met uitzondering van onderdeel IIB van dit besluit (de gedeeltelijke-teruggaafregeling).

6.0. Samenloop 35%-regeling en aftrekbare kosten

De 35%-regeling vindt toepassing naast de wettelijke kostenaftrek ingevolge artikel 14, 15 en 17 van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 35, 36 en 37 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

7.0. Anti-cumulatieregeling

Dit besluit is niet van toepassing indien de vermindering als bedoeld in artikel 2 van de Wet belastingen premiefaciliteit voor de zeevaart 1995 (Stb.1994, 928) toepassing vindt.

8.0. Uitvoering

De uitvoering van dit besluit is opgedragen aan de Inspecteur Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland Heerlen. De hoofden van de eenheden van de Belastingdienst kunnen in voorkomende gevallen een beroep doen op de deskundigheid van genoemde Inspecteur van de Belastingdienst.

9.0. Inwerkingtreding; overgangsregeling

9.1. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt op 1 juli 1995 in werking.

9.2. Eerdere besluiten

Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit vervallen de Besluiten van 2 april 1986, nr. 285-1429, herdrukt d.d. 28 december 1990, nr. DB90/2748, van 19 augustus 1988, nr. DB88/5011, herdrukt d.d. 28 december 1990, nr. DB90/2749, van 28 maart 1990, nr. DB89/6890, herdrukt d.d. 28 december 1990, nr. DB90/2400, van 4 juni 1992, nr. DB92/922 en van 28 augustus 1992, nr. DB92/4418.

9.3. Overgangsregeling

Op de buitenlandse werknemer die voor de in 9.1. genoemde datum is tewerkgesteld door een binnenlandse werkgever blijven, onder toepassing van de anti-cumulatieregeling van onderdeel 7.0. van dit besluit, de in 9.2. genoemde besluiten van toepassing, indien op grond van een van die besluiten een goedkeuringsverklaring is verleend. Indien de buitenlandse werknemer gebruik maakt of heeft gemaakt van de regeling van één van de in 9.2. genoemde besluiten en vanaf de in 9.1. genoemde datum (ook) voldoet aan de voorwaarden van dit besluit wordt op gezamenlijk verzoek van de binnenlandse werkgever en de buitenlandse werknemer de regeling van dit besluit voor de resterende duur van de in 3.1. genoemde periode (met inachtneming van de in 3.4. opgenomen kortingsregeling) van toepassing verklaard, zonodig onder intrekking van een reeds afgegeven goedkeuringsverklaring.

10.0. Toelichting

Een toelichting op de regeling is opgenomen in de "Bijlage".

DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN, W.A. Vermeend

BIJLAGE BIJ DB95/119

TOELICHTING

Een aantal elementen van de regeling wordt in deze toelichting nader verduidelijkt naar aanleiding van vragen die zijn gerezen. De belangrijkste elementen zijn de deskundigheid en de aard van de tussentijdse toets.

Tevens is aandacht besteed aan een aantal meer technische vragen die aan de Belastingdienst zijn gesteld. De toelichting is in de vorm van vraag en antwoord uitgewerkt, waarbij de volgorde van dit besluit is aangehouden.

TIJDELIJKHEID

Vraag 1

Kan de 35%-regeling toepassing vinden ook al is het arbeidscontract voor onbepaalde tijd aangegaan?

Antwoord 1

Ja. Gezien het karakter van de regeling is het niet relevant of de werknemer hier al dan niet tijdelijk werkzaam is. Het begrip "tijdelijk in Nederland tewerkgestelde buitenlandse werknemers" wordt slechts gebruikt als globale karakterisering van de groep die voor de regeling in aanmerking komt.

BUITENLANDSE WERKNEMER

Vraag 2

Wat is de betekenis van concernverband in de zinsnede: "dat de buitenlandse werknemer in concernverband naar hem is uitgezonden"?

Antwoord 2

Voor de toepassing van de 35%-regeling is het niet meer van belang of er sprake is van een concern en derhalve ook niet of de buitenlandse werknemer voorafgaand aan de uitzending naar Nederland al dan niet binnen een concern werkzaam was. Ook de buitenlandse werknemer die buiten concernverband is aangetrokken, kan immers onder de regeling vallen.

Vraag 3

Kan de buitenlandse werknemer met de Nederlandse nationaliteit voor de regeling in aanmerking komen?

Antwoord 3

Ja. Er is geen onderscheid naar nationaliteit.

DIENSTBETREKKING

Vraag 4

Kan een buitenlandse werknemer die via een uitzendbureau wordt tewerkgesteld in aanmerking komen voor de regeling?

Antwoord 4

Ja, mits de buitenlandse werknemer in een echte dienstbetrekking staat tot het uitzendbureau. Een buitenlandse werknemer die in een zogenoemde fictieve dienstbetrekking staat, kwalificeert derhalve niet.

Vraag 5

Moet een buitenlandse werknemer arbeid in Nederland verrichten?

Antwoord 5

Hoewel dat in de meeste gevallen wel zo zal zijn is dit geen vereiste. Te denken valt aan verblijf (bijvoorbeeld dienstreizen of uitzending) in het buitenland of een directeur van een Nederlandse vennootschap die buiten Nederland woont en vandaar uit zijn functie (in zekere mate of zelfs geheel) vervult. De regeling kan echter niet worden verleend in zoverre sprake is van elders belast inkomen waarvoor een regeling ter voorkoming van dubbele belasting geldt of ingeval het loon betreft van een niet ingezetene dat op grond van de nationale wet alhier niet in de heffing kan worden betrokken.

SPECIFIEKE DESKUNDIGHEID

Vraag 6

Moet cumulatief worden voldaan aan de factoren voor de beoordeling van de deskundigheid?

Antwoord 6

Neen. Aan elk van de genoemde factoren kan van geval tot geval meer of minder gewicht worden toegekend bij de beoordeling van de specifieke deskundigheid. Het is niet uitgesloten dat in voorkomend geval het voldoen aan één van de factoren al voldoende is voor kwalificatie.

Vraag 7

Kunnen er nog nadere richtlijnen met betrekking tot het deskundigheidscriterium worden gegeven?

Antwoord 7

De volgende groepen buitenlandse werknemers voldoen veelal aan de vereiste specifieke deskundigheid: Van deze werknemers mag in beginsel worden aangenomen dat hun deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars aanwezig is.

VRIJGESTELDE VERGOEDING

Vraag 8

Moet uit het arbeidscontract blijken dat naast het loon een afzonderlijke 35%-kostenvergoeding wordt verstrekt?

Antwoord 8

De vermelding in het arbeidscontract of in een andere schriftelijke overeenkomst dat een kostenvergoeding in de zin van de 35%regeling wordt verstrekt is reeds voldoende om van een afzonderlijk toegekende vergoeding te kunnen spreken.

Vraag 9

Kan de vergoeding ook minder dan 35% van het loon bedragen?

Antwoord 9

Ja.

Vraag 10

Indien geen afzonderlijke kostenvergoeding van 35% is afgesproken, heeft dan een achteraf gemaakte afspraak om vanaf de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever een kostenvergoeding van 35% te verlenen, terugwerkende kracht?

Antwoord 10

Indien op een later tijdstip met terugwerkende kracht een afzonderlijke kostenvergoeding van 35% is afgesproken, werkt de fiscale regeling alleen voor de toekomst.

Vraag 11

Kan aan het einde van het jaar de vergoeding worden aangepast i.v.m. correcties of herberekeningen van het loon?

Antwoord 11

Ja, maar alleen binnen het kalenderjaar.

Vraag 12

Hoe moet rekening worden gehouden met de 35%-regeling, indien de goedkeuringsverklaring voor de regeling wordt afgegeven na afsluiting van de loonboekhouding over het kalenderjaar?

Antwoord 12

In deze situatie mag in de aangifte inkomstenbelasting de onbelaste vergoeding buiten aanmerking blijven. De ingehouden en afgedragen loonbelasting over deze vergoeding wordt met de aanslag verrekend (zie tevens vraag 10).

Vraag 13

De buitenlandse werknemer geniet tevens loon van een niet-inhoudingsplichtige. Dit uit het buitenland afkomstige loon komt niet ten laste van een Nederlandse inhoudingsplichtige, waardoor de 35%-regeling niet is toegepast op het uitbetaalde loon. Mag de 35%-regeling dan in de aangifte inkomstenbelasting over het totale loon worden toegepast?

Antwoord 13

Neen, de regeling is naar zijn strekking alleen van toepassing op loon betaald door een Nederlandse inhoudingsplichtige.

SCHOOLGELDEN

Vraag 14

Volgens de regeling kunnen bepaalde schoolgelden onbelast worden vergoed naast de 35%-vergoeding. Indien de werkgever dergelijke schoolgeldvergoedingen niet verstrekt, zijn deze dan voor de buitenlandse werknemer aftrekbaar?

Antwoord 14

Neen.

TUSSENTIJDSE TOETSING

Vraag 15

De regeling wordt uiterlijk vóór het verstrijken van een periode van 60 maanden getoetst. Moet daarna de regeling voor de resterende periode van 60 maanden opnieuw worden aangevraagd?

Antwoord 15

Neen, de regeling wordt verleend voor de duur van 120 maanden. Na een periode van 48 maanden, maar uiterlijk vóór het verstrijken van een periode van 60 maanden dient de werkgever aannemelijk te maken dat de omstandigheden niet wezenlijk zijn gewijzigd. Daarbij wordt niet meer beoordeeld of er nog sprake is van specifieke deskundigheid.

Er vindt uitsluitend een marginale toets plaats of de specifieke deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is.

Vraag 16

Wanneer vindt de tussentijdse toetsing plaats indien de 120 maandenperiode is gekort?

Antwoord 16

Ook in geval van korting van de 120 maandenperiode vindt de tussentijdse toetsing pas plaats na een periode van 48 maanden, maar uiterlijk vóór het verstrijken van een periode van 60 maanden nadat de 35%-vergoedingsregeling van toepassing is geworden.

BEREKENINGSGRONDSLAG

Vraag 17

Moet een vermindering loonbelasting, als bedoeld in artikel 30 Wet LB'64, op het loon waarop de 35%-regeling van toepassing is in mindering worden gebracht?

Antwoord 17

Neen. De beschikking loonbelasting heeft geen invloed op de berekeningsgrondslag voor de 35%-regeling.

Vraag 18

Behoort de 35%-vergoeding tot het jaarloon voor de toepassing van de tabel bijzondere beloningen?

Antwoord 18

Neen.

Vraag 19

Indien de werknemer voor de binnenlandse werkgever werkzaamheden in het buitenland verricht, kan dan ter zake van de daarmee verkregen inkomsten de regeling worden toegepast?

Antwoord 19

De regeling kan niet worden toegepast op elders belast inkomen waarvoor een regeling ter voorkoming van dubbele belasting van toepassing is. Heeft de werkgever wel een 35%-vergoeding ter zake van dat elders belaste inkomen uitbetaald, dan is sprake van een belaste vergoeding, tenzij het een voor de loonbelasting vrijgestelde onkostenvergoeding betreft. Het elders belast loon wordt met de daarop betrekking hebbende vergoeding verhoogd.

Vraag 20

Kunt u een voorbeeld geven van de berekening van de 35%-vergoeding?

Antwoord 20

         Voorbeeld (bedragen zijn per maand, cijfers 1995)
 
Loon in geld  f  8000 
Loon in natura  f  1500 
   +  ------ 
Totaal loon  f  9500 
Pensioenpremie *  f    850 
  -   ----- 
Brutoloon SV  f  8650 
Premies ZW, WW ,WAO over maximum premieloon  (stel) f    750 
  -   ----- 
  f  7900 
Werkgeversaandeel premie ZFW (werknemer is niet verzekerd)  000 
  +   ----- 
  7900 
8%-regeling  (maximum) f 178,25 
  - ---------- 
Loon voor de overhevelingstoeslag  f 7721,75 
   
Overhevelingstoeslag (11,75% over maximum (grondslag)  f   747,58 
  + ---------- 
Loon voor de loonbelasting / premie volksverzekeringen  f  8469,33 
Loonbelasting / premie volksverzekeringen  f 3168,25 (tariefgroep 3) 
   
Grondslag 35% regeling:   
100/65 x (Loon voor de lb/premie vv + kostenaftrek - overhevelingstoeslag) =   
100/65 x (f 8469,33 + f 178,25 - f 747,58) =   
100/65 x f 7900 =  f 12153,85 

Maximale 35%-vergoeding:

35% van f 12153,85 = f 4253,85.
* De pensioenpremie wordt/mag worden berekend over het loon vermeerderd met de 35%-vergoeding; zie ook vraag 32 hierna.

VERANDERING VAN WERKGEVER

Vraag 21

Door omstandigheden is verzuimd de regeling aan te vragen. Kan bij verandering van binnenlandse werkgever de regeling worden verleend?

Antwoord 21

Indien bij verzuim ten genoegen van de Inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland te Heerlen wordt aangetoond, dat vanwege de tewerkstelling door een eerdere binnenlandse werkgever de regeling zou zijn verleend, kan vanwege de tewerkstelling door de nieuwe binnenlandse werkgever, de regeling onder korting van eerdere perioden van tewerkstelling door een binnenlandse werkgever of verblijf, worden verleend, mits aan de voorwaarden van de regeling wordt voldaan.

AANVRAAGTERMIJN

Vraag 22

Waarom geldt er een aanvraagtermijn van vier maanden in de situatie waarin er nog geen inhoudingsplichtige werkgever is en derhalve artikel 6, lid 2, van de Wet LB '64, van toepassing is?

Antwoord 22

Deze vier-maandentermijn geeft de werkgever en de buitenlandse werknemer een redelijke termijn om in aanmerking te kunnen komen voor de toepassing van de 35%-vergoedingsregeling. Binnen deze termijn is terugwerkende kracht tot het tijdstip van tewerkstelling in Nederland mogelijk; bij overschrijding van die termijn vindt korting plaats.

Vraag 23

Kunnen verzoeken om toepassing van de regeling reeds gedaan worden voordat de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever plaatsvindt?

Antwoord 23

Ja.

FICTIEVE BUITENLANDSE BELASTINGPLICHT

Vraag 24

Kan degene op wie de 35%-regeling van toepassing is als fictief buitenlandse belastingplichtige worden aangemerkt?

Antwoord 24

Voor de toepassing van de regeling wordt naar de omstandigheden beoordeeld of degene die van de 35%-regeling gebruik maakt binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is.
Ik heb echter goedgekeurd dat voor de binnenlandse belastingplichtige op verzoek de fictieve buitenlandse belastingplicht van toepassing kan worden verklaard. Deze goedkeuring wordt voor een periode van maximaal honderdtwintig maanden gegeven.
Dit verzoek dient zo mogelijk bij de aanvraag van de nieuwe regeling te worden gedaan doch uiterlijk bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin de regeling voor het eerst is toegepast, dan wel indien de buitenlandse werknemer door verhuizing naar Nederland van buitenlands belastingplichtige binnenlands belastingplichtige wordt, uiterlijk bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin de verhuizing naar Nederland heeft plaatsgevonden. Op een eenmaal gedaan verzoek kan niet worden teruggekomen.

Vraag 25

Hoe lang is de fictieve buitenlandse belastingplicht van toepassing indien gebruik wordt gemaakt van de overgangsregeling?

Antwoord 25

De buitenlandse werknemer die vóór de in 9.1. genoemde datum door een binnenlandse werkgever is tewerkgesteld en gebruik maakt van de overgangsregeling wordt op verzoek gedurende de hele periode waarover de nieuwe 35%-regeling op hem van toepassing is, aangemerkt als fictief buitenlandse belastingplichtige.

90%-REGELING

Vraag 26

Is de 90%-regeling naast de 35%-regeling van toepassing?

Antwoord 26

Voor de buitenlandse werknemer die niet in Nederland woont en derhalve buitenlands belastingplichtige is, kan de zogenoemde 90%regeling onverkort toepassing vinden.
Voor de buitenlandse werknemer die binnenlandse belastingplichtige is, doch opteert voor de fictieve buitenlandse belastingplicht geldt een beperkte toepassing van de 90%-regeling (zie punt 5.5. van dit besluit).

ANTI-CUMULATIEREGELING

Vraag 27

Kunnen de 35%-regeling en de Nedeco-regeling tegelijkertijd van toepassing zijn?

Antwoord 27

Ja.

OVERGANGSREGELING

Vraag 28

Blijven de oude regelingen en het daarmee samenhangende beleid van toepassing na inwerkingtreding van de nieuwe regeling?

Antwoord 28

Ja, voor degenen die vóór de in 9.1. genoemde datum door een binnenlandse werkgever zijn tewerkgesteld en niet overstappen op de nieuwe regeling.

Vraag 29

Wanneer kan worden overgestapt op de nieuwe regeling?

Antwoord 29

De buitenlandse werknemer kan op gezamenlijk verzoek met de binnenlandse werkgever op elk willekeurig tijdstip een verzoek doen om over te stappen op de nieuwe regeling. Op dat tijdstip moet hij aan de voorwaarden van de nieuwe regeling voldoen.
Een eventuele korting op de oorspronkelijke goedkeuringsverklaring blijft naast een korting met de periode gedurende welke de vorige regeling van waaruit men is overgestapt van toepassing is geweest, van toepassing.

Vraag 30

Moet de buitenlandse werknemer bij toepassing van de overgangsregeling aan de voorwaarden van de nieuwe regeling voldoen?

Antwoord 30

Ja.

OVERIGE

Vraag 31

Is de publicatie in het Info-bulletin van oktober 1989, nr. 89/563 met betrekking tot de waardering van beloningen zoals onder andere vrij wonen, hotel/pensionkostenvergoedingen, vergoedingen voor gas, licht en water, telefoonkostenver-goedingen en andere specifieke vormen van loon in natura, ook voor de nieuwe 35%-regeling van toepassing?

Antwoord 31

De publicatie in het Info-bulletin is niet van toepassing op de 35%-vergoedingsregeling. Nu de 35%-regeling geen bijzondere regels kent voor dergelijke beloningen is afzonderlijk beleid niet nodig.

Vraag 32

Mag over de 35%-kostenvergoeding pensioen worden opgebouwd?

Antwoord 32

Ja.

Vraag 33

Hoe moet administratief worden omgegaan met de 35%-regeling?

Antwoord 33

De 35%-vergoeding is een vaste algemene vergoeding die in kolom 18 van de loonstaat moet worden opgenomen.

Vraag 34

Kan aan een fictief buitenlandse belastingplichtige een woonplaatsverklaring worden afgegeven?

Antwoord 34

In voorkomende gevallen kan op verzoek aan een fictief buitenlandse belastingplichtige een zogenoemde geclausuleerde woonplaatsverklaring worden afgegeven. De afgifte van een (geclausuleerde) woonplaatsverklaring is echter niet mogelijk ingeval sprake is van een fictief buitenlandse belastingplichtige met de Amerikaanse nationaliteit (zie in dit verband mijn brief van 20 juli 1994 aan de Voorzitters van de vaste Commissie voor Financiën van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal; kenmerk: IFZ94/769).