Besluit van 29 mei 1995, nr. DB95/119M
Belastingheffing tijdelijk in Nederland werkzame
buitenlandse werknemers
De Staatssecretaris van Financiën
heeft het volgende besloten:
1. Inleiding
In het Besluit van 4 juni 1992, nr. DB92/922,
is goedgekeurd dat aan buitenlandse werknemers, die tijdelijk hier te lande
werkzaam zijn, onder bepaalde voorwaarden een belastingvrije vergoeding
kan worden verstrekt voor de extra uitgaven waarvoor de buitenlandse werknemers
zich in verband met hun tewerkstelling door de binnenlandse werkgever geplaatst
zien.
Vervolgens is in het Besluit van 28 augustus
1992, nr. DB92/4418, goedgekeurd dat de buitenlandse werknemer, op gezamenlijk
verzoek van de binnenlandse werkgever en de buitenlandse werknemer, voor
de heffing van loonbelasting, inkomstenbelasting en vermogensbelasting,
als fictief buitenlandse belastingplichtige wordt beschouwd.
Aan genoemde fiscale regeling is het voornemen
gekoppeld de regeling te zijner tijd in de wet op te nemen. Vooruitlopend
op de wettelijke verankering die, naar ik verwacht, in het najaar aanhangig
zal worden gemaakt heb ik, in afwachting van de wettelijke verankering,
de regeling thans reeds op enkele door mij wenselijk geachte punten verruimd
en verduidelijkt. De regeling luidt thans als volgt:
2.0. Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan
onder:
-
a. binnenlandse werkgever: degene die inhoudingsplichtige
is in de zin van artikel 6 van de Wet op de loonbelasting 1964, waaronder
begrepen degene die op grond van artikel 6, lid 2, van de Wet op de loonbelasting
1964 als inhoudingsplichtige is aangewezen.
-
b. buitenlandse werknemer: de uit een ander
land naar een binnenlandse werkgever uitgezonden of de uit een ander land
door een binnenlandse werkgever aangeworven werknemer, mits:
-
de werknemer in dienstbetrekking staat tot
een inhoudingsplichtige als bedoeld onder a. (niet zijnde een fictieve
dienstbetrekking);
-
de binnenlandse werkgever aannemelijk maakt
dat hij de buitenlandse werknemer in dienst heeft genomen, danwel dat de
buitenlandse werknemer in concernverband naar hem is uitgezonden, omdat
deze beschikt over specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt
niet of schaars aanwezig is zodat deze werknemer slechts in het buitenland
kan worden aangetrokken.
Bij de beoordeling van de specifieke deskundigheid
spelen de navolgende factoren in hun onderlinge samenhang bezien een rol:
-
hoog gekwalificeerde dan wel gespecialiseerde
opleiding;
-
de benodigde ervaring en of deskundigheid
dan wel opleiding buiten Nederland opgedaan en in Nederland niet of schaars
aanwezig;
-
specifiek gekwalificeerde functie van de buitenlandse
werknemer;
-
het netto aan de desbetreffende functie verbonden
salaris-niveau in het land van herkomst voor een min of meer vergelijkbare
functie hoger is dan c.q. vergelijkbaar is met het salarisniveau in Nederland.
3.0. De regeling
3.1. Vrijgestelde vergoeding
In verband met zijn tewerkstelling door de
binnenlandse werkgever ziet de buitenlandse werknemer zich geplaatst voor
extra uitgaven. Teneinde de tewerstelling door een binnenlandse werkgever
van buitenlandse deskundigen te bevorderen kan op verzoek aan de buitenlandse
werknemer een afzonderlijk toe te kennen, bij het loon uit te betalen belastingvrije
vergoeding worden verstrekt. Die vergoeding kan op de navolgende wijze
worden verstrekt.
De vergoeding ter grootte van maximaal
vijfendertig procent, berekend over de in 3.5. aangegeven berekeningsgrondslag,
kan, rekening houdende met het bepaalde onder 4, gedurende honderdentwintig
maanden, met inachtneming van de tussentijdse toetsing als bedoeld in 3.3,
gerekend vanaf de aanvang van zijn tewerkstelling door de binnenlandse
werkgever, worden aangemerkt als een niet tot het loon in de zin van de
Wet op de loonbelasting 1964 behorend voordeel (vrijgestelde vergoeding).
De beoordeling of de buitenlandse werknemer
voor de toepassing van de regeling in aanmerking komt vindt plaats naar
de toestand op het moment van de aanvang van de tewerkstelling door de
binnenlandse werkgever.
Wordt op een later tijdstip aan de voorwaarden
van de regeling voldaan dan geldt de toestand op het latere tijdstip. De
maximale duur van de regeling wordt in dat geval overeenkomstig 3.4. gekort.
Het verzoek dient door of namens de buitenlandse werknemer en de binnenlandse
werkgever gezamenlijk te worden gedaan.
3.2. Schoolgelden
Naast het bedrag van de vrijgestelde vergoeding
van 3.1. kunnen schoolgelden voor (het) kind(eren) op internationale scholen
voor basisen voortgezet onderwijs belastingvrij worden vergoed.
Onder schoolgeld wordt verstaan het bedrag
dat de school, anders dan voor kost en inwoning etc., overeenkomstig haar
tarieven voor het onderwijs in rekening brengt, alsmede het bedrag van
de door de school in rekening gebrachte vervoerskosten.
3.3. Tussentijdse toetsing
Indien de binnenlandse werkgever voor het
verstrijken van een periode van zestig maanden aannemelijk maakt dat het
ten gevolge van het voortdurend gebrek aan specifieke deskundigheid op
de arbeidsmarkt noodzakelijk is dat de tewerkstelling van de buitenlandse
werknemer door de binnenlandse werkgever wordt verlengd, kan de regeling
op gezamenlijk verzoek van de buitenlandse werknemer en de binnenlandse
werkgever worden voortgezet tot het volledige beloop van de in 3.1 genoemde
periode van honderdentwintig maanden. De tussentijdse toetsing kan reeds
plaatsvinden n het verstrijken van een periode van achtenveertig
maanden, maar uiterlijk vóór het verstrijken van een periode
van zestig maanden.
3.4. Korting
De periode genoemd in 3.1., wordt verminderd
met de duur van eerdere perioden van tewerkstelling door de binnenlandse
werkgevers dan wel de eerdere verblijfsperioden in Nederland. Hierbij wordt,
indien de werkelijke datum van vertrek van de buitenlandse werknemer uit
Nederland dan wel de datum van beëndiging van de tewerkstelling door
een binnenlandse werkgever tien jaar of meer gelegen is vóór
de aanvang van de tewerkstelling waarop het op de voet van 3.1. ingediende
verzoek betrekking heeft, de eerdere perioden van tewerkstelling dan wel
een eerdere verblijfsperiode buiten beschouwing gelaten.
3.5. Berekeningsgrondslag
De berekeningsgrondslag voor de maximaal vrijgestelde
vergoeding is het met toepassing van de wettelijke regels te bepalen loon
in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, dat wordt verkregen ter
zake van de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever waarvoor de buitenlandse
werknemer zonder dat hij ter zake recht heeft op een aftrek ter voorkoming
van dubbele belasting aan de belastingheffing in Nederland is onderworpen,
verminderd met de overhevelingstoeslag.
Het resultaat wordt vermenigvuldigd met
eenhonderd vijfenzestigste (100/65).
Voor alle duidelijkheid wijs ik er op
dat de overhevelingstoeslag voor de berekening van de loonen inkomstenbelasting
deel blijft uitmaken van het loon.
3.6. Vergoeding van kosten tot verwerving
van het loon
Vergoedingen van kosten tot verwerving van
het loon kunnen, met inachtneming van de wettelijke criteria, naast de
35%-regeling belastingvrij worden verstrekt.
3.7. Verandering van werkgever
Indien de buitenlandse werknemer, aan wie
de in 3.1. of 3.3. genoemde regeling is verleend, van binnenlandse werkgever
verandert, wordt de regeling in de nieuwe dienstbetrekking opnieuw verleend
voor het nog niet verstreken gedeelte van de in 3.l. of 3.3. genoemde periode,
mits in de nieuwe dienstbetrekking wordt voldaan aan de overige voorwaarden
voor de verlening van de regeling. Het verzoek dient door de buitenlandse
werknemer en de nieuwe binnenlandse werkgever gezamenlijk te worden gedaan.
4.0. De aanvraag
4.1. Het verzoek
Het verzoek om toekenning van de regeling
op grond van dit Besluit dient te worden gedaan aan de Inspecteur Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen
buitenland Heerlen. Het in 3.1., 3.3. en 3.7. genoemde verzoek dient door
of namens de buitenlandse werknemer en de binnenlandse werkgever gezamenlijk
te worden gedaan.
4.2. Aanvraagtermijn
Ingeval er sprake is van een inhoudingsplichtige
die op grond van artikel 6, lid 2, van de Wet op de loonbelasting 1964
als zodanig moet worden aangewezen, dient het verzoek van 4.1. te worden
gedaan binnen vier maanden na aanvang van de tewerkstelling van de betrokken
werknemer door de binnenlandse werkgever. De regeling gaat in dat geval
in vanaf het moment van de aanvang van de dienstbetrekking. Bij overschrijding
van de aanvraagtermijn gaat de regeling pas in op de eerste dag van de
maand volgend op de maand waarin het verzoek tot inhoudingsplicht is gedaan.
De zestig-maandenperiode wordt met de reeds verstreken perioden van tewerkstelling
dan wel verblijfsperioden gekort.
5.0. De fictieve buitenlandse belastingplicht
5.1. Goedkeuring
Op gezamenlijk verzoek van de binnenlandse
werkgever en de buitenlandse werknemer keur ik goed, dat de buitenlandse
werknemer, die als binnenlandse belastingplichtige in aanmerking komt voor
de regeling genoemd in 3.1., voor de heffing van loonbelasting, inkomstenbelasting
en vermogensbelasting, als fictief buitenlandse belastingplichtige wordt
beschouwd.
De fictieve buitenlandse belastingplicht
eindigt op het moment dat de regeling genoemd in 3.1. niet langer van toepassing
is.
5.2. Terugname van de fictieve buitenlandse
belastingplicht
De buitenlandse werknemer die op grond van
5.1. als fictief buitenlandse belastingplichtige wordt beschouwd, wordt
evenwel als binnenlandse belastingplichtige aangemerkt:
-
voor de toepassing van de artikelen 20, 20a,
22 en 23 van de Wet op de loonbelasting 1964 en de artikelen 53, 53a, 55
en 56 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
-
voor de toepassing van artikel 5, leden 1
tot en met 4, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, tenzij hij verzoekt
om inkomenstoerekening als buitenlandse belastingplichtige. Ongeacht de
wijze van inkomenstoerekening wordt de (beperkte) buitenlandse belastingplicht
van de buitenlandse werknemer niet aangetast; voor de bepaling van de inkomsten
uit arbeid.
5.3. Basisaftrek
De fictief buitenlandse belastingplichtige
die in een kalenderjaar tevens binnenlandse belastingplichtige is, heeft
slechts recht op éénmaal de basisaftrek. Voor de toepassing
van de basisaftrek wordt de buitenlandse werknemer overeenkomstig 5.2.
gedurende beide belastingtijdvakken aangemerkt als binnenlandse belastingplichtige.
Hij kan aldus in aanmerking komen voor de overdracht van de basisaftrek.
Bij overdracht hoeven de basisaftrek en de overgedragen basisaftrek niet
samen in dezelfde periode van binnenlandse of fictieve buitenlandse belastingplicht
te vallen.
5.4. Vermogensbelasting
Voor de vermogensbelasting wordt voor de toepassing
van artikel 5 van de Wet op de vermogensbelasting 1964 aangesloten bij
de inkomenstoerekening voor de inkomstenbelasting over het voorafgaande
kalenderjaar.
5.5. 90%-regeling
Ik verbind aan de in 5.1. genoemde goedkeuring
de voorwaarde dat de belastingplichtige afstand doet van de mogelijkheid
van een beroep op de 90%-regeling, neergelegd in het Besluit van 28 december
1989, nr. DB89/2184 (Boekwerk Inkomstenbelasting nr. 1.51.39; L.B.'64-591;
Boekwerk premieheffing, nr. 50.00.02), met uitzondering van onderdeel IIB
van dit besluit (de gedeeltelijke-teruggaafregeling).
6.0. Samenloop 35%-regeling en aftrekbare
kosten
De 35%-regeling vindt toepassing naast de
wettelijke kostenaftrek ingevolge artikel 14, 15 en 17 van de Wet op de
loonbelasting 1964 en artikel 35, 36 en 37 van de Wet op de inkomstenbelasting
1964.
7.0. Anti-cumulatieregeling
Dit besluit is niet van toepassing indien
de vermindering als bedoeld in artikel 2 van de Wet belastingen premiefaciliteit
voor de zeevaart 1995 (Stb.1994, 928) toepassing vindt.
8.0. Uitvoering
De uitvoering van dit besluit is opgedragen
aan de Inspecteur Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland
Heerlen. De hoofden van de eenheden van de Belastingdienst kunnen in voorkomende
gevallen een beroep doen op de deskundigheid van genoemde Inspecteur van
de Belastingdienst.
9.0. Inwerkingtreding; overgangsregeling
9.1. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt op 1 juli 1995 in werking.
9.2. Eerdere besluiten
Met ingang van de inwerkingtreding van dit
besluit vervallen de Besluiten van 2 april 1986, nr. 285-1429, herdrukt
d.d. 28 december 1990, nr. DB90/2748, van 19 augustus 1988, nr. DB88/5011,
herdrukt d.d. 28 december 1990, nr. DB90/2749, van 28 maart 1990, nr. DB89/6890,
herdrukt d.d. 28 december 1990, nr. DB90/2400, van 4 juni 1992, nr. DB92/922
en van 28 augustus 1992, nr. DB92/4418.
9.3. Overgangsregeling
Op de buitenlandse werknemer die voor de in
9.1. genoemde datum is tewerkgesteld door een binnenlandse werkgever blijven,
onder toepassing van de anti-cumulatieregeling van onderdeel 7.0. van dit
besluit, de in 9.2. genoemde besluiten van toepassing, indien op grond
van een van die besluiten een goedkeuringsverklaring is verleend. Indien
de buitenlandse werknemer gebruik maakt of heeft gemaakt van de regeling
van één van de in 9.2. genoemde besluiten en vanaf de in
9.1. genoemde datum (ook) voldoet aan de voorwaarden van dit besluit wordt
op gezamenlijk verzoek van de binnenlandse werkgever en de buitenlandse
werknemer de regeling van dit besluit voor de resterende duur van de in
3.1. genoemde periode (met inachtneming van de in 3.4. opgenomen kortingsregeling)
van toepassing verklaard, zonodig onder intrekking van een reeds afgegeven
goedkeuringsverklaring.
10.0. Toelichting
Een toelichting op de regeling is opgenomen
in de "Bijlage".
DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN, W.A.
Vermeend
BIJLAGE BIJ DB95/119
TOELICHTING
Een aantal elementen van de regeling wordt
in deze toelichting nader verduidelijkt naar aanleiding van vragen die
zijn gerezen. De belangrijkste elementen zijn de deskundigheid en de aard
van de tussentijdse toets.
Tevens is aandacht besteed aan een aantal
meer technische vragen die aan de Belastingdienst zijn gesteld. De toelichting
is in de vorm van vraag en antwoord uitgewerkt, waarbij de volgorde van
dit besluit is aangehouden.
TIJDELIJKHEID
Vraag 1
Kan de 35%-regeling toepassing vinden ook
al is het arbeidscontract voor onbepaalde tijd aangegaan?
Antwoord 1
Ja. Gezien het karakter van de regeling is
het niet relevant of de werknemer hier al dan niet tijdelijk werkzaam is.
Het begrip "tijdelijk in Nederland tewerkgestelde buitenlandse werknemers"
wordt slechts gebruikt als globale karakterisering van de groep die voor
de regeling in aanmerking komt.
BUITENLANDSE WERKNEMER
Vraag 2
Wat is de betekenis van concernverband in
de zinsnede: "dat de buitenlandse werknemer in concernverband naar hem
is uitgezonden"?
Antwoord 2
Voor de toepassing van de 35%-regeling is
het niet meer van belang of er sprake is van een concern en derhalve ook
niet of de buitenlandse werknemer voorafgaand aan de uitzending naar Nederland
al dan niet binnen een concern werkzaam was. Ook de buitenlandse werknemer
die buiten concernverband is aangetrokken, kan immers onder de regeling
vallen.
Vraag 3
Kan de buitenlandse werknemer met de Nederlandse
nationaliteit voor de regeling in aanmerking komen?
Antwoord 3
Ja. Er is geen onderscheid naar nationaliteit.
DIENSTBETREKKING
Vraag 4
Kan een buitenlandse werknemer die via een
uitzendbureau wordt tewerkgesteld in aanmerking komen voor de regeling?
Antwoord 4
Ja, mits de buitenlandse werknemer in een
echte dienstbetrekking staat tot het uitzendbureau. Een buitenlandse werknemer
die in een zogenoemde fictieve dienstbetrekking staat, kwalificeert derhalve
niet.
Vraag 5
Moet een buitenlandse werknemer arbeid in
Nederland verrichten?
Antwoord 5
Hoewel dat in de meeste gevallen wel zo zal
zijn is dit geen vereiste. Te denken valt aan verblijf (bijvoorbeeld dienstreizen
of uitzending) in het buitenland of een directeur van een Nederlandse vennootschap
die buiten Nederland woont en vandaar uit zijn functie (in zekere mate
of zelfs geheel) vervult. De regeling kan echter niet worden verleend in
zoverre sprake is van elders belast inkomen waarvoor een regeling ter voorkoming
van dubbele belasting geldt of ingeval het loon betreft van een niet ingezetene
dat op grond van de nationale wet alhier niet in de heffing kan worden
betrokken.
SPECIFIEKE DESKUNDIGHEID
Vraag 6
Moet cumulatief worden voldaan aan de factoren
voor de beoordeling van de deskundigheid?
Antwoord 6
Neen. Aan elk van de genoemde factoren kan
van geval tot geval meer of minder gewicht worden toegekend bij de beoordeling
van de specifieke deskundigheid. Het is niet uitgesloten dat in voorkomend
geval het voldoen aan één van de factoren al voldoende is
voor kwalificatie.
Vraag 7
Kunnen er nog nadere richtlijnen met betrekking
tot het deskundigheidscriterium worden gegeven?
Antwoord 7
De volgende groepen buitenlandse werknemers
voldoen veelal aan de vereiste specifieke deskundigheid:
-
topmanagers van internationale concerns;
-
wetenschappers met specifieke kennis;
-
zij die know-how naar Nederland brengen (bijvoorbeeld
vanwege gespecialiseerde opleidingen die niet in Nederland worden gegeven);
-
productspecialisten;
-
docenten van internationale scholen;
-
buitenlandse werknemers van internationale
instellingen welke instellingen verplicht zijn uit de aangesloten landen
buitenlandse werknemers aan te trekken;
-
buitenlandse werknemers van het middenen hoger
kader die ten gevolge van verplichte bedrijfsroulatie worden uitgezonden
indien zij meer dan 2,5 jaar elders in het concern ervaring hebben opgedaan.
Van deze werknemers mag in beginsel worden
aangenomen dat hun deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars
aanwezig is.
VRIJGESTELDE VERGOEDING
Vraag 8
Moet uit het arbeidscontract blijken dat naast
het loon een afzonderlijke 35%-kostenvergoeding wordt verstrekt?
Antwoord 8
De vermelding in het arbeidscontract of in
een andere schriftelijke overeenkomst dat een kostenvergoeding in de zin
van de 35%regeling wordt verstrekt is reeds voldoende om van een afzonderlijk
toegekende vergoeding te kunnen spreken.
Vraag 9
Kan de vergoeding ook minder dan 35% van het
loon bedragen?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Indien geen afzonderlijke kostenvergoeding
van 35% is afgesproken, heeft dan een achteraf gemaakte afspraak om vanaf
de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever een kostenvergoeding van
35% te verlenen, terugwerkende kracht?
Antwoord 10
Indien op een later tijdstip met terugwerkende
kracht een afzonderlijke kostenvergoeding van 35% is afgesproken, werkt
de fiscale regeling alleen voor de toekomst.
Vraag 11
Kan aan het einde van het jaar de vergoeding
worden aangepast i.v.m. correcties of herberekeningen van het loon?
Antwoord 11
Ja, maar alleen binnen het kalenderjaar.
Vraag 12
Hoe moet rekening worden gehouden met de 35%-regeling,
indien de goedkeuringsverklaring voor de regeling wordt afgegeven na afsluiting
van de loonboekhouding over het kalenderjaar?
Antwoord 12
In deze situatie mag in de aangifte inkomstenbelasting
de onbelaste vergoeding buiten aanmerking blijven. De ingehouden en afgedragen
loonbelasting over deze vergoeding wordt met de aanslag verrekend (zie
tevens vraag 10).
Vraag 13
De buitenlandse werknemer geniet tevens loon
van een niet-inhoudingsplichtige. Dit uit het buitenland afkomstige loon
komt niet ten laste van een Nederlandse inhoudingsplichtige, waardoor de
35%-regeling niet is toegepast op het uitbetaalde loon. Mag de 35%-regeling
dan in de aangifte inkomstenbelasting over het totale loon worden toegepast?
Antwoord 13
Neen, de regeling is naar zijn strekking alleen
van toepassing op loon betaald door een Nederlandse inhoudingsplichtige.
SCHOOLGELDEN
Vraag 14
Volgens de regeling kunnen bepaalde schoolgelden
onbelast worden vergoed naast de 35%-vergoeding. Indien de werkgever dergelijke
schoolgeldvergoedingen niet verstrekt, zijn deze dan voor de buitenlandse
werknemer aftrekbaar?
Antwoord 14
Neen.
TUSSENTIJDSE TOETSING
Vraag 15
De regeling wordt uiterlijk vóór
het verstrijken van een periode van 60 maanden getoetst. Moet daarna de
regeling voor de resterende periode van 60 maanden opnieuw worden aangevraagd?
Antwoord 15
Neen, de regeling wordt verleend voor de duur
van 120 maanden. Na een periode van 48 maanden, maar uiterlijk vóór
het verstrijken van een periode van 60 maanden dient de werkgever aannemelijk
te maken dat de omstandigheden niet wezenlijk zijn gewijzigd. Daarbij wordt
niet meer beoordeeld of er nog sprake is van specifieke deskundigheid.
Er vindt uitsluitend een marginale toets
plaats of de specifieke deskundigheid op de Nederlandse arbeidsmarkt niet
of schaars aanwezig is.
Vraag 16
Wanneer vindt de tussentijdse toetsing plaats
indien de 120 maandenperiode is gekort?
Antwoord 16
Ook in geval van korting van de 120 maandenperiode
vindt de tussentijdse toetsing pas plaats na een periode van 48 maanden,
maar uiterlijk vóór het verstrijken van een periode van 60
maanden nadat de 35%-vergoedingsregeling van toepassing is geworden.
BEREKENINGSGRONDSLAG
Vraag 17
Moet een vermindering loonbelasting, als bedoeld
in artikel 30 Wet LB'64, op het loon waarop de 35%-regeling van toepassing
is in mindering worden gebracht?
Antwoord 17
Neen. De beschikking loonbelasting heeft geen
invloed op de berekeningsgrondslag voor de 35%-regeling.
Vraag 18
Behoort de 35%-vergoeding tot het jaarloon
voor de toepassing van de tabel bijzondere beloningen?
Antwoord 18
Neen.
Vraag 19
Indien de werknemer voor de binnenlandse werkgever
werkzaamheden in het buitenland verricht, kan dan ter zake van de daarmee
verkregen inkomsten de regeling worden toegepast?
Antwoord 19
De regeling kan niet worden toegepast op elders
belast inkomen waarvoor een regeling ter voorkoming van dubbele belasting
van toepassing is. Heeft de werkgever wel een 35%-vergoeding ter zake van
dat elders belaste inkomen uitbetaald, dan is sprake van een belaste vergoeding,
tenzij het een voor de loonbelasting vrijgestelde onkostenvergoeding betreft.
Het elders belast loon wordt met de daarop betrekking hebbende vergoeding
verhoogd.
Vraag 20
Kunt u een voorbeeld geven van de berekening
van de 35%-vergoeding?
Antwoord 20
Voorbeeld (bedragen zijn per maand, cijfers 1995)
| Loon in geld |
f
8000 |
| Loon in natura |
f
1500 |
| |
+
------ |
| Totaal loon |
f 9500 |
| Pensioenpremie * |
f
850 |
| |
-
----- |
| Brutoloon SV |
f 8650 |
| Premies ZW, WW ,WAO over
maximum premieloon |
(stel) f
750 |
| |
-
----- |
| |
f 7900 |
| Werkgeversaandeel premie
ZFW (werknemer is niet verzekerd) |
000 |
| |
+
----- |
| |
7900 |
| 8%-regeling |
(maximum) f
178,25 |
| |
- ---------- |
| Loon voor de overhevelingstoeslag |
f 7721,75 |
| |
|
| Overhevelingstoeslag (11,75%
over maximum (grondslag) |
f
747,58 |
| |
+ ---------- |
| Loon voor de loonbelasting
/ premie volksverzekeringen |
f 8469,33 |
| Loonbelasting / premie volksverzekeringen |
f 3168,25 (tariefgroep
3) |
| |
|
| Grondslag 35% regeling: |
|
| 100/65 x (Loon voor de lb/premie
vv + kostenaftrek - overhevelingstoeslag) = |
|
| 100/65 x (f 8469,33 + f
178,25 - f 747,58) = |
|
| 100/65 x f 7900 = |
f 12153,85 |
Maximale 35%-vergoeding:
35% van f 12153,85 = f 4253,85.
* De pensioenpremie wordt/mag worden berekend over het loon vermeerderd met de 35%-vergoeding; zie ook vraag 32 hierna.
VERANDERING VAN WERKGEVER
Vraag 21
Door omstandigheden is verzuimd de regeling
aan te vragen. Kan bij verandering van binnenlandse werkgever de regeling
worden verleend?
Antwoord 21
Indien bij verzuim ten genoegen van de Inspecteur
van de Belastingdienst/Particulieren/Ondernemingen buitenland te Heerlen
wordt aangetoond, dat vanwege de tewerkstelling door een eerdere binnenlandse
werkgever de regeling zou zijn verleend, kan vanwege de tewerkstelling
door de nieuwe binnenlandse werkgever, de regeling onder korting van eerdere
perioden van tewerkstelling door een binnenlandse werkgever of verblijf,
worden verleend, mits aan de voorwaarden van de regeling wordt voldaan.
AANVRAAGTERMIJN
Vraag 22
Waarom geldt er een aanvraagtermijn van vier
maanden in de situatie waarin er nog geen inhoudingsplichtige werkgever
is en derhalve artikel 6, lid 2, van de Wet LB '64, van toepassing is?
Antwoord 22
Deze vier-maandentermijn geeft de werkgever
en de buitenlandse werknemer een redelijke termijn om in aanmerking te
kunnen komen voor de toepassing van de 35%-vergoedingsregeling. Binnen
deze termijn is terugwerkende kracht tot het tijdstip van tewerkstelling
in Nederland mogelijk; bij overschrijding van die termijn vindt korting
plaats.
Vraag 23
Kunnen verzoeken om toepassing van de regeling
reeds gedaan worden voordat de tewerkstelling door de binnenlandse werkgever
plaatsvindt?
Antwoord 23
Ja.
FICTIEVE BUITENLANDSE BELASTINGPLICHT
Vraag 24
Kan degene op wie de 35%-regeling van toepassing
is als fictief buitenlandse belastingplichtige worden aangemerkt?
Antwoord 24
Voor de toepassing van de regeling wordt naar
de omstandigheden beoordeeld of degene die van de 35%-regeling gebruik
maakt binnenlandse of buitenlandse belastingplichtige is.
Ik heb echter goedgekeurd dat voor de
binnenlandse belastingplichtige op verzoek de fictieve buitenlandse belastingplicht
van toepassing kan worden verklaard. Deze goedkeuring wordt voor een periode
van maximaal honderdtwintig maanden gegeven.
Dit verzoek dient zo mogelijk bij de aanvraag
van de nieuwe regeling te worden gedaan doch uiterlijk bij het indienen
van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar waarin de regeling voor
het eerst is toegepast, dan wel indien de buitenlandse werknemer door verhuizing
naar Nederland van buitenlands belastingplichtige binnenlands belastingplichtige
wordt, uiterlijk bij het indienen van de aangifte inkomstenbelasting over
het jaar waarin de verhuizing naar Nederland heeft plaatsgevonden. Op een
eenmaal gedaan verzoek kan niet worden teruggekomen.
Vraag 25
Hoe lang is de fictieve buitenlandse belastingplicht
van toepassing indien gebruik wordt gemaakt van de overgangsregeling?
Antwoord 25
De buitenlandse werknemer die vóór
de in 9.1. genoemde datum door een binnenlandse werkgever is tewerkgesteld
en gebruik maakt van de overgangsregeling wordt op verzoek gedurende de
hele periode waarover de nieuwe 35%-regeling op hem van toepassing is,
aangemerkt als fictief buitenlandse belastingplichtige.
90%-REGELING
Vraag 26
Is de 90%-regeling naast de 35%-regeling van
toepassing?
Antwoord 26
Voor de buitenlandse werknemer die niet in
Nederland woont en derhalve buitenlands belastingplichtige is, kan de zogenoemde
90%regeling onverkort toepassing vinden.
Voor de buitenlandse werknemer die binnenlandse
belastingplichtige is, doch opteert voor de fictieve buitenlandse belastingplicht
geldt een beperkte toepassing van de 90%-regeling (zie punt 5.5. van dit
besluit).
ANTI-CUMULATIEREGELING
Vraag 27
Kunnen de 35%-regeling en de Nedeco-regeling
tegelijkertijd van toepassing zijn?
Antwoord 27
Ja.
OVERGANGSREGELING
Vraag 28
Blijven de oude regelingen en het daarmee
samenhangende beleid van toepassing na inwerkingtreding van de nieuwe regeling?
Antwoord 28
Ja, voor degenen die vóór de
in 9.1. genoemde datum door een binnenlandse werkgever zijn tewerkgesteld
en niet overstappen op de nieuwe regeling.
Vraag 29
Wanneer kan worden overgestapt op de nieuwe
regeling?
Antwoord 29
De buitenlandse werknemer kan op gezamenlijk
verzoek met de binnenlandse werkgever op elk willekeurig tijdstip een verzoek
doen om over te stappen op de nieuwe regeling. Op dat tijdstip moet hij
aan de voorwaarden van de nieuwe regeling voldoen.
Een eventuele korting op de oorspronkelijke
goedkeuringsverklaring blijft naast een korting met de periode gedurende
welke de vorige regeling van waaruit men is overgestapt van toepassing
is geweest, van toepassing.
Vraag 30
Moet de buitenlandse werknemer bij toepassing
van de overgangsregeling aan de voorwaarden van de nieuwe regeling voldoen?
Antwoord 30
Ja.
OVERIGE
Vraag 31
Is de publicatie in het Info-bulletin van
oktober 1989, nr. 89/563 met betrekking tot de waardering van beloningen
zoals onder andere vrij wonen, hotel/pensionkostenvergoedingen, vergoedingen
voor gas, licht en water, telefoonkostenver-goedingen en andere specifieke
vormen van loon in natura, ook voor de nieuwe 35%-regeling van toepassing?
Antwoord 31
De publicatie in het Info-bulletin is niet
van toepassing op de 35%-vergoedingsregeling. Nu de 35%-regeling geen bijzondere
regels kent voor dergelijke beloningen is afzonderlijk beleid niet nodig.
Vraag 32
Mag over de 35%-kostenvergoeding pensioen
worden opgebouwd?
Antwoord 32
Ja.
Vraag 33
Hoe moet administratief worden omgegaan met
de 35%-regeling?
Antwoord 33
De 35%-vergoeding is een vaste algemene vergoeding
die in kolom 18 van de loonstaat moet worden opgenomen.
Vraag 34
Kan aan een fictief buitenlandse belastingplichtige
een woonplaatsverklaring worden afgegeven?
Antwoord 34
In voorkomende gevallen kan op verzoek aan
een fictief buitenlandse belastingplichtige een zogenoemde geclausuleerde
woonplaatsverklaring worden afgegeven. De afgifte van een (geclausuleerde)
woonplaatsverklaring is echter niet mogelijk ingeval sprake is van een
fictief buitenlandse belastingplichtige met de Amerikaanse nationaliteit
(zie in dit verband mijn brief van 20 juli 1994 aan de Voorzitters van
de vaste Commissie voor Financiën van de Eerste en de Tweede Kamer
der Staten-Generaal; kenmerk: IFZ94/769).